Opnieuw omzetstijging autosector

De auto- en motorbranche noteerde in het derde kwartaal van 2018 opnieuw een omzetstijging. De omzet nam vergeleken met dezelfde periode een jaar eerder met 4,4 procent toe en dit is mede te danken aan een toenemende autoverkoop (+9,7 procent). Het sentiment in de sector was aan het begin van het vierde kwartaal weer licht positief. Wel is het opnieuw gestegen personeelstekort een bron van zorg; bijna een kwart van de bedrijven in de sector kampt met een personeelstekort. Dit meldt het CBS in het nieuwe kwartaalbeeld van de auto- en motorbranche.

Van alle bedrijven in de auto- en motorbranche groeide de omzet van de personenautobranche (voornamelijk dealers) in het derde kwartaal van 2018 vergeleken met een jaar eerder het hardst (+8,3 procent). De personenautobranche is veruit de grootste branche in de sector en verantwoordelijk voor de helft van de totale omzet van de auto- en motorbranche. De omzetstijging is mede te danken aan een groei in de autoverkopen. In het derde kwartaal werden er ruim 106 duizend nieuwe personenauto’s verkocht, 9,7 procent meer dan in het derde kwartaal van 2017.

Ook de omzet van de zogenoemde gespecialiseerde autoreparatiebedrijven (garages) steeg in het derde kwartaal van dit jaar (+6,6 procent). De omzet van de importeurs van nieuwe personenauto’s daalde in deze periode daarentegen met 1,7 procent. Dit na aanhoudende omzetstijgingen sinds het eerste kwartaal van 2017.

De omzet van de overige branches in de sector maakte vergeleken met het derde kwartaal vorig jaar min of meer een pas op de plaats: handel in auto-onderdelen (+0,7 procent), handel en reparatie motorfietsen (+ 0,4 procent) en bedrijfsautobranche (-0,2 procent).

Ondernemers in de autobranche zijn positief over hun omzetverwachtingen voor volgend jaar. Een op de drie bedrijven verwacht dat zijn omzet zal stijgen in 2019 vergeleken met 2018. Nog geen 4 procent van de ondernemers verwacht een omzetdaling.

Bron: CBS

Het bericht Opnieuw omzetstijging autosector verscheen eerst op IMK.

CBS: Omzet bouwsector opnieuw gestegen

De omzet van de bouwsector is in het derde kwartaal van 2018 met 9,9 procent gestegen vergeleken met een jaar eerder. De totale vergunde bouwsom lag 5 procent hoger, door een toename van de vergunde bouwkosten voor de bouw en verbouw van bedrijfsgebouwen. Wel is voor het tweede kwartaal op rij voor minder nieuwbouwwoningen een vergunning verleend, bijna 12 procent minder dan in het derde kwartaal van 2017. Dit meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers over de bouwnijverheid.

In het derde kwartaal steeg de omzet bij de algemene burgerlijke en utiliteitsbouwbedrijven (B&U) met 11,1 procent. Bedrijven in de grond-, water- en wegenbouw (GWW) haalden een omzetstijging van 6,5 procent, bijna de helft van een kwartaal eerder. Vooral bij (spoor)wegen- en tunnelbouwers bleef de groei met een omzetstijging van 1,6 procent iets achter. Gespecialiseerde bouwbedrijven zoals installatie- en afwerkingsbedrijven, zagen hun omzet met 10,2 procent stijgen.

Kleine bouwbedrijven hebben met een omzetstijging van bijna 12 procent de hoogste groei in het derde kwartaal behaald. Middelgrote bouwbedrijven met 10 – 100 werkzame personen hebben een omzetstijging van ruim 9 procent behaald. Deze groep bedrijven heeft nog steeds niet het omzetniveau van voor de crisis bereikt. Grote bouwbedrijven vanaf 100 werkzame personen haalden een groei van bijna 9 procent.

Bron: CBS

Het bericht CBS: Omzet bouwsector opnieuw gestegen verscheen eerst op IMK.

Inflatie een echte sluipmoordenaar

Inflatie is een lastig begrip. We kennen diverse soorten. Allemaal hebben ze een bepaalde betekenis en waarde. Voor ons als consument is bestedingsinflatie van belang. Als je je zaak wilt verkopen en je hebt een bepaald bedrag in je hoofd, is dat dan voldoende om er de rest van je leven op te teren? Ik kan me zo voor stellen dat je een koper vindt die zo enthousiast is over je onderneming dat hij tien keer de netto jaarwinst wil betalen.

Laten we zeggen dat de genormaliseerde jaarwinst (de winst op grond waarvan je de berekening mag maken) op € 100.000 ligt na betaling van de vennootschapsbelasting. Dan is het rekensommetje makkelijk: tien keer dat bedrag maakt een miljoen op de bank. Dat is mooi, dat voelt rijk, maar is het dat ook? Ik kom ondernemers tegen die denken dat ze € 25.000 netto per jaar nodig hebben en daarom denken dat ze van € 1 miljoen financieel onbezorgd oud kunnen worden. Want, zo is de redenering, op de bank krijgen we toch weinig rendement, dus we gaan er gewoon van uit dat we op ons geld niets verdienen, dus delen we dat gemakshalve door 25.000 en zie daar, ik kan er nog veertig jaar van leven.

En dan komt de sluipmoordenaar die inflatie heet. Als de inflatie 1% per jaar zou zijn, wat trouwens zo’n beetje de hele negentiende eeuw in ons land het geval was, hoeveel zou je dan moeten uitkeren in het dertigste jaar  als je de koopkracht van 25.000 euro anno nu intact zou willen laten?  Dat zou dan € 33.700 zijn. Er zou dan nog zo’n € 130.000 in de pot zitten. En dan reken ik gemakshalve geen rendement, maar ook geen box-3 heffing op het vermogen. Zou je een ander inflatiepercentage gebruiken, dat dichter aanligt tegen het gemiddelde jaarlijkse inflatiepercentage in de twintigste eeuw, dan krijg je een heel ander beeld. Ik reken doorgaans met 3,5%. In het negentwintigste jaar zou je al 57.000 euro moeten opnemen, om vervolgens te constateren dat de pot verder leeg is. En als je nu opeens na je werkzame leven opeens meer zou willen besteden, omdat je misschien wel meer gaat reizen? Dan komt de bodem van de schatkist nog eerder in zicht. En voor degenen die roepen dat ze na hun tachtigste veel minder zullen uitgeven, geef ik de volgende suggestie mee: misschien moeten we tegen die tijd meer medische kosten betalen.

Hoe dan ook, inflatie is een sluipmoordenaar, waartegen je je alleen kunt wapenen met een juiste vertaling van je wensen in een bedrag ineens dat uit je onderneming moet komen, rekening houdend met je leeftijd, je verwachte levensduur, het rendement op je kapitaal en de belasting. En dat is mooi vertrekpunt voor de andere kant: het vaststellen van de waarde van je bedrijf. Hoe doe je dat?

Auteur: Roelof Meijer

Het bericht Inflatie een echte sluipmoordenaar verscheen eerst op IMK.

Meer omzet voor logiesbranche

Het was afgelopen zomer drukker op de Nederlandse campings dan de zomer van vorig jaar. Het aantal gasten steeg in juli en augustus naar 1,7 miljoen, 10,8 procent meer dan in dezelfde maanden van 2017. Het aantal overnachtingen nam tegelijkertijd met 4,8 procent toe naar 10,5 miljoen. Daarmee zet de stijging van het aantal campinggasten uit het eerste halfjaar van 2018 door. Ook andere logiesaccommodaties, zoals hotels, kregen in vergelijking met vorig jaar meer gasten in de zomermaanden. Dit meldt het CBS bij de presentatie van het Trendrapport toerisme, recreatie en vrije tijd 2018.

De zomermaanden zijn met ongeveer de helft van de jaarlijkse overnachtingen de drukste periode op de Nederlandse kampeerterreinen. Campings moeten het, in tegenstelling tot de andere vormen van logiesaccommodatie, hebben van een relatief kort seizoen en trekken in de zomermaanden vooral binnenlandse gasten. In juli en augustus 2018 brachten ongeveer 1,3 miljoen Nederlandse gasten 8,1 miljoen nachten door op een camping in eigen land, respectievelijk 8,3 procent en 3,9 procent meer dan een jaar eerder. Gedurende de zomermaanden verbleven 500 duizend buitenlandse gasten op de Nederlandse campings, 18,2 procent meer dan in 2017. Ze brachten er 2,4 miljoen nachten door, een stijging van 7,9 procent.

Het aantal overnachtingen van buitenlandse gasten in de zomermaanden nam met de helft toe van 1,6 miljoen in 2012 naar 2,4 miljoen zes jaar later. Doordat het aantal overnachtingen van binnenlandse gasten in dezelfde periode met 12,1 procent daalde naar 8,1 miljoen, steeg het aandeel overnachtingen door buitenlandse gasten. Het grootste deel van de zomerse overnachtingen door buitenlandse gasten komt voor rekening van onze oosterburen. Duitsers brachten in de zomermaanden van dit jaar 1,9 miljoen nachten door op Nederlandse campings. Daarna komen de Belgen met 260 duizend overnachtingen. De overige internationale campinggasten komen vooral uit Europa.

Ook meer overnachtingen in hotels
Ook andere logiesaccommodaties mochten in de zomermaanden, vergeleken met een jaar eerder, meer gasten verwelkomen. Hotels kregen met 5,8 miljoen 5,2 procent meer gasten dan in dezelfde periode in 2017. Het aantal hotelovernachtingen steeg zelfs met 7,1 procent tot 10,8 miljoen. Het aantal binnenlandse gasten en overnachtingen nam met respectievelijk 4,0 procent en 5,5 procent toe; de toename onder de buitenlandse hotelgasten en overnachtingen was groter, 6,4 procent en 8,4 procent. De belangrijkste herkomstlanden van zomerse hotelgasten zijn Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, België en de Verenigde Staten.

Meer gasten op huisjesterreinen
Het aantal gasten op de huisjesterreinen nam in vergelijking met vorig jaar in de zomermaanden met 4 procent harder toe dan het aantal overnachtingen (1 procent). Het aantal binnenlandse overnachtingen op huisjesterreinen daalde met 2 procent. Het beeld van het toerisme in groepsaccommodaties was wisselend: 1 procent minder gasten, maar wel 7 procent meer overnachtingen, vooral door buitenlandse gasten.

Nederlandse logiesaccommodaties ontvingen in de eerste 8 maanden van dit jaar 30,6 miljoen gasten die 83,8 miljoen overnachtingen boekten, een stijging van respectievelijk 5,5 procent en 5,0 procent ten opzichte van dezelfde periode in 2017.

Meer omzet voor logiesbranche
De groei van het aantal gasten en overnachtingen in Nederlandse accommodaties zien we terug in de omzetcijfers van de branche. Hotels boekten in de eerste twee kwartalen van 2018 7,4 procent en 7,2 procent meer omzet dan in dezelfde periode vorig jaar. Voor de andere logiesverstrekkers was de omzetontwikkeling zelfs nog iets groter met 8,4 procent en 7,7 procent meer omzet in de eerste twee kwartalen van 2018.

Bron: CBS

Het bericht Meer omzet voor logiesbranche verscheen eerst op IMK.