Ondernemers positief over 2019

Ondernemers in het niet-financiële bedrijfsleven verwachten in 2019 meer omzet, uitbreiding van het personeelsbestand en hogere investeringen dan in 2018. Naast de positieve verwachtingen voor 2019 geven steeds meer bedrijven aan last te hebben van personeelstekort. Aan het begin van het vierde kwartaal van 2018 werd 26 procent van de ondernemers hierdoor belemmerd bij de bedrijfsactiviteiten. Dit melden het CBS, KVK, het Economisch Instituut voor de Bouw, MKB-Nederland en VNO-NCW op grond van de Conjunctuurenquête Nederland.

De ondernemers zijn positief over de omzet die zij in 2019 verwachten te behalen. Per saldo verwacht 30 procent van de bedrijven omzetgroei. In de detailhandel is het optimisme het grootst. Daar verwacht 43 procent dat de omzet groeit. Ook over de werkgelegenheid is het bedrijfsleven positief gestemd. Per saldo 17 procent van de bedrijven verwacht het personeelsbestand volgend jaar uit te breiden. De vraag naar personeel is het grootst in de sector informatie en communicatie (31 procent). De investeringen zullen in 2019 naar verwachting bij 19 procent van de bedrijven hoger uitvallen dan in 2018, 11 procent van de ondernemers voorziet lagere investeringen.

Aan het begin van het vierde kwartaal van 2018 werd 26 procent van de bedrijven in het niet-financiële bedrijfsleven belemmerd bij het uitoefenen van de bedrijfsactiviteiten door een tekort aan arbeidskrachten. Het aantal bedrijven dat hiervan melding maakt, is in de afgelopen periode onafgebroken gegroeid. Begin 2016 werd een tekort aan arbeidskrachten nog door minder dan 5 procent van de bedrijven genoemd als belemmerende factor.

In de vervoersector en de zakelijke dienstverlening meldde 35 procent van de ondernemers dat de bedrijfsactiviteiten belemmerd worden door een tekort aan arbeidskrachten. Ook in de bouwsector, de horeca en de sector informatie en communicatie zijn de personeelstekorten bovengemiddeld. In de delfstoffenwinning werden personeelstekorten het minst genoemd (12 procent).

Sinds 2014 is de stemming onder de Nederlandse ondernemers onafgebroken positief.

Bron: CBS

Het bericht Ondernemers positief over 2019 verscheen eerst op IMK.

Belastingplan 2019: Compensatieregeling Bbz

Onlangs heeft Staatssecretaris Snel van Financiën de Tweede Kamer schriftelijke antwoorden gestuurd op de vragen die zijn gesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 9 november 2018 over het pakket Belastingplan 2019 en de wet implementatie eerste EU-richtlijn antibelastingontwijkingsrichtlijn (ATAD1). In de antwoorden is ook ingegaan op de Compensatieregeling Bbz. Onderstaand de betreffende passage:

De heer Omtzigt heeft in het wetgevingsoverleg van afgelopen vrijdag aangegeven, dat naar zijn oordeel de compensatieregeling Bbz 2014-2016 die wordt voorgesteld onvoldoende is voor (ex-)ondernemers die door de Bbzproblematiek (papieren inkomen) in de schuldsanering terecht zijn gekomen. Hij heeft gevraagd hoe deze mensen zodanig kunnen worden gecompenseerd dat zij versneld uit de wettelijke schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) kunnen komen. In de schriftelijke beantwoording van de eerdere vragen van de heer Omtzigt over de compensatieregeling Bbz heb ik toegelicht, waarom er uit een oogpunt van uitvoerbaarheid en rechtsgelijkheid gekozen is voor een generieke compensatieregeling voor alle Bbz-ontvangers die in de periode 2014-2016 te maken hebben gekregen met terugvorderingen van toeslagen als gevolg van het omzetten van een Bbz-lening in een gift. Ik heb daarbij aangegeven dat het voor de Belastingdienst onmogelijk is om vast te stellen of het terugbetalen van toeslagen op grond van het papieren inkomen de oorzaak is (geweest) dat een (ex-)ondernemer in die periode in de financiële problemen is gekomen en mogelijk zelfs in de WSNP is beland. Om te bezien of ik voor deze specifieke groep in de WSNP toch nog iets zou kunnen doen, zeg ik de heer Omtzigt toe hierover in contact te zullen treden met de Nationale ombudsman, die in 2014 gewezen heeft op deze problematiek. Over de uitkomsten zal ik uw Kamer schriftelijk informeren.

Bron: Rijksoverheid

Het bericht Belastingplan 2019: Compensatieregeling Bbz verscheen eerst op IMK.

Wat de gek ervoor geeft

Het is zo’n aardige uitdrukking, ‘wat de gek ervoor geeft’, en toch komt dit maar al te vaak voor in overnameland. Hoezo dan, zul je zeggen?  Overnames worden toch altijd zorgvuldig opgezet en begeleid?  Daar komt toch veel expertise bij kijken? En er worden toch deskundige adviseurs bij ingeschakeld?  Wat de gek ervoor geeft is dan wel heel erg kort door de bocht?  Dan kun je rustig stellen, maar daar komt het in veel gevallen wel op neer.

Stel, je wilt je bedrijf verkopen. Ergens in de komende twaalf maanden moet dit gebeuren. Je oriënteert je op de markt van overnameadviseurs en je maakt een afspraak. Wat zul je dan veelal meemaken?  Er wordt een analyse gemaakt van je bedrijf, waar sta je in de markt, hoe is de financiële positie van het bedrijf en wie zijn potentiële kopers?  Tot dan toe lijkt er nog niets aan de hand. Je wordt meegenomen in een proces waarin de prijs die je voor de onderneming lijkt te krijgen steeds hoger wordt. Toch vind je het een moeilijk proces, je moet straks afscheid nemen van een kindje. Er lopen allerlei vreemde adviseurs rond en je moet heel zorgvuldig handelen om onrust in het bedrijf te voorkomen. Misschien gaat de verkoop wel niet door of duurt die langer. Veranderingen vinden mensen nooit leuk en zeker personeel niet. Die zorgvuldigheid mist nog één element. Hoe zit het met jou als ondernemer zodra je de onderneming hebt verkocht?  Heb je dan je schaapjes op het droge of moet je misschien weer aan het werk? Is het niet handig om te weten wat je privé als ondernemer nodig hebt om je pensioen volledig geregeld te hebben of misschien ook wel andere dromen wilt laten uitkomen?

De slimme ondernemer bekijkt twee aspecten van waarde van de onderneming: kan ik bij verkoop mijn verdere leven leiden zoals ik dat wil en kan ik een reële prijs krijgen voor mijn onderneming? Alleen als die twee aspecten met elkaar in overeenstemming zijn, kun je stellen dat er sprake is van een evenwichtige bedrijfsoverdracht. Dan ben je zelf niet een gek die weggeeft en zoek je ook niet een gek die er wat voor geeft.

Roelof Meijer

Het bericht Wat de gek ervoor geeft verscheen eerst op IMK.

Zes sectoren nader belicht

In 2017 nam de toegevoegde waarde van het Nederlands bedrijfsleven vergeleken met 2016 met bijna 16 miljard euro toe tot 365,5 miljard euro. De door het bedrijfsleven geboden werkgelegenheid steeg in deze periode met 128 duizend arbeidsjaren tot in totaal 4,7 miljoen arbeidsjaren. Het aandeel van het MKB in de groei van de toegevoegde waarde en het aantal arbeidsjaren was respectievelijk 62 en 84 procent. Dit meldt het CBS op basis van statistisch onderzoek voor het ‘Jaarbericht Staat van het MKB’.

Het CBS heeft voor een zestal sectoren in het MKB de ontwikkeling van de economische groei en de werkgelegenheid in de periode nader bekeken: Industrie, Bouw, Auto- en motorbranche, Groothandel, Detailhandel en Zakelijke dienstverlening. Gezamenlijk was het MKB in deze 6 sectoren in 2017 goed voor 74 procent van de toegevoegde waarde en 76 procent van het aantal arbeidsjaren in het totale Nederlandse MKB.

Industrie
De toegevoegde waarde van het MKB in de industrie steeg in 2017 met 1,9 procent. Het MKB bleef hiermee sterk achter bij de groei van de toegevoegde waarde van de sector als geheel (+5,1 procent). Het arbeidsvolume biedt een tegenovergesteld beeld: de werkgelegenheid van het MKB in de industrie steeg in 2017 met 2,1 procent, terwijl deze voor de sector als geheel met 1,1 procent toenam. De ontwikkelingen in het MKB van de industrie wijzen op een achteruitgang van de productiviteit van het MKB, terwijl de productiviteit van de sector als geheel door ontwikkelingen bij de grote bedrijven is gestegen.

Bouw
In de bouw heeft het MKB duidelijk het voortouw. Zowel wat betreft de toegevoegde waarde als de werkgelegenheid is de ontwikkeling van het MKB hoger dan voor de totale bouw. De toegevoegde waarde van het MKB steeg in 2017 met 6,1 procent en het arbeidsvolume met 4,8 procent. Voor de sector als geheel bedroeg de stijging van toegevoegde waarde en arbeidsvolume respectievelijk 3,8 en 3,6 procent. De productiviteit van het MKB in de bouw heeft zich tussen 2017 en 2016 dus beter ontwikkeld dan bij de grotere bedrijven.

Auto- en motorbranche
In deze sector ontliepen de ontwikkelingen van MKB en de totale sector elkaar weinig. In het MKB groeide de toegevoegde waarde met 5,6 procent harder dan het arbeidsvolume (+3,1 procent) en is er dus sprake van productiviteitsverbetering.

Groothandel
Van de beschouwde zes sectoren was de stijging van de toegevoegde waarde van het MKB in de groothandel in 2017 het hoogst (+7,0 procent). Dit ging gepaard met een stijging van het arbeidsvolume in het MKB in deze branche met 1,8 procent. Het MKB in de groothandel lijkt hiermee wat betreft productiviteitsontwikkeling binnen het MKB aan kop te liggen.

Detailhandel
In het MKB van de detailhandel ontliepen de ontwikkelingen van toegevoegde waarde en arbeidsvolume elkaar minder dan bij de groothandel. In 2017 steeg de toegevoegde waarde van het MKB in de detailhandel met 5,8 procent en het arbeidsvolume met 3,3 procent. Dit impliceert verbetering van de productiviteit.

Zakelijke dienstverlening
Ook in deze sector steeg in 2017 de productiviteit van het MKB. De toegevoegde waarde nam toe met 5,5 procent bij een lagere groei van het arbeidsvolume (+2,5 procent).

Bron: De Staat van het MKB (CBS)

Het bericht Zes sectoren nader belicht verscheen eerst op IMK.